Het decretaal kader van de modernisering van de tweede graad laat scholen jammer genoeg niet zo veel ruimte. De meeste van de 32 lesuren per week binnen een studierichting liggen vast maar binnen de ruimte die ons restte, probeerden we in het college toch eigen accenten te leggen die aansluiten bij onze visie op de tweede graad. We lichten er hier drie toe.

Artistieke vorming

Binnen het Ignatiaans opvoedingsproject staat het als een paal boven water dat je je bij het opvoeden en onderwijzen de hele mens vormt en je niet alleen richt op het hoofd. Ook in een algemeen vormende doorstroomrichting moeten handen en hart voldoende aan bod komen. Daarom dat in het derde jaar twee lesuren artistieke vorming (beeld en muziek) staan ingepland, behalve in de richting Grieks-Latijn waar daar geen ruimte meer voor was.

Maatschappelijke en economische vorming … in het Engels

Bij de eindtermen en de leerplandoelstellingen van de gemoderniseerde tweede graad werden heel wat extra maatschappelijke (identiteit en diversiteit, recht en sociale rechtvaardigheid) en economische doelen (consumptiegedrag, inkomenswerving en financiële producten, werking van ondernemingen, werking van de markten) geformuleerd. Te veel om zomaar onder te brengen bij de reeds bestaande vakken en dus maakten we extra ruimte bij het vak Engels. Dat krijgt er in de tweede graad een extra ‘MEV-Engels-uur’ bij. In dat uur buigen leerlingen zich over maatschappelijke en economische thema’s via teksten, documentaires en gesprekken waarbij de voertaal Engels is. Op die manier creëerden we een extra uur waarbij leerlingen kunnen lezen, schrijven, spreken en luisteren in het Engels en vermijden we dat de belangrijke maatschappelijke en economische doelen terechtkwamen in een geïsoleerd éénuursvak.

X-vakken in het vierde jaar

In de tweede graad zijn de meeste richtingen éénpolig: economie, wetenschappen, moderne talen, … In de derde graad daarentegen zijn de meeste studierichtingen tweepolig: economie-moderne talen, moderne talen-wetenschappen, Latijn-wetenschappen, …

Daarom vragen we onze leerlingen in het vierde jaar een extra vak van 2 lesuren te kiezen, een X-vak:

  • X-economie
  • X-humane wetenschappen
  • X-moderne talen
  • X-wetenschappen

Voor de richtingen GL en HW zijn er geen X-vakken voorzien.

Je kiest als leerling in het vierde jaar het X-vak dat aansluit bij je waarschijnlijke keuze in de derde graad. Zo zal iemand die in economie zit en wil doorstromen naar de richting economie-moderne talen kiezen voor X-moderne talen. Of kiest, wie na het vierde jaar moderne talen aan het vijfde jaar moderne talen-wetenschappen wil beginnen, best voor X-wetenschappen. Het X-vak zorgt ervoor dat je als leerling zo goed mogelijk voorbereid aan de start van de tweepolige richting in de derde graad kan beginnen.

Wie in de derde graad kiest voor een wiskundige richting kiest heeft geen X-vak ‘wiskunde’ nodig. De richtingen in de tweede graad hebben immers een aan de derde graad aangepast leerplan wiskunde. Zo kan iemand uit Latijn of wetenschappen sowieso aansluiten in Latijn-wiskunde of wetenschappen-wiskunde in de derde graad. Voor hen vormen de X-vakken een kans op een zinvolle extra uitbreiding in de tweede graad om wat extra economie, humane wetenschappen, moderne talen of wetenschappen te doen.

Let wel: de keuze voor een X-vak is niet bindend en dus nooit een voorwaarde om in de derde graad aan een bepaalde studierichting te kunnen beginnen. Alleen wie een overgang maakt naar een richting in het vijfde jaar waarvan zij of hij een poolvak nog niet gehad heeft in het vierde jaar, zal de inhoud van dat vak tijdens de vakantie via een speciaal inhaalpakket moeten verwerven. Dat kan concreet voor humane wetenschappen, economie en moderne talen (Duits) het geval zijn.